Gratis AI-kennistest — hoe goed ken jij AI?

Test je AI-kennis in 10 vragen. Geen wiskunde — wel begrip. Ontdek wat je al weet en waar je nog wat te leren hebt.

Vraag 1 / 10
Wat doet een taalmodel eigenlijk als het een zin afmaakt?
Een taalmodel voorspelt telkens het volgende token op basis van patronen uit de training — het slaat geen antwoorden op en zoekt niets op. Dat het tóch zo nuttig is, is juist wat verrassend en de moeite waard om te begrijpen.
Vraag 2 / 10
Wat leert een neuraal netwerk tijdens de training?
Training is een proces van fouten maken en bijsturen: de gewichten (de sterkte van verbindingen tussen kunstmatige neuronen) worden keer op keer een klein beetje aangepast totdat het netwerk betere voorspellingen maakt. Er worden geen regels ingeprogrammeerd.
Vraag 3 / 10
Waarom kan een AI-taalmodel iets met zekerheid beweren dat feitelijk onjuist is — ook wel "hallucineren" genoemd?
Het model heeft geen ingebouwde feitendatabase die het "nakijkt". Het produceert tekst die in zijn patroonwereld klopt — en die kan overtuigend klinken terwijl hij fout is. Verouderde data speelt soms mee, maar is niet de kern van het probleem.
Vraag 4 / 10
Wat is een "token" in de context van een taalmodel?
Taalmodellen lezen en schrijven geen letters of hele woorden, maar tokens: stukjes tekst die liggen tussen een letter en een woord in. Het woord "onbegrijpelijk" kan al meerdere tokens zijn. Hoe het model de wereld "ziet", wordt bepaald door die tokenisering.
Vraag 5 / 10
Wat maakt het attention-mechanisme in een transformer bijzonder?
Attention berekent voor elk token een "gewicht" ten opzichte van alle andere tokens in de context — het model leert zo dat "bank" in "hij zat op de bank" iets anders betekent dan in "hij had geld op de bank". Dat is waarom transformers zo goed zijn in langere, samenhangende tekst.
Vraag 6 / 10
Embeddings zijn een manier om woorden en zinnen op te slaan als getallen. Wat zegt die getallenrij over een woord?
Een embedding plaatst een woord in een wiskundige ruimte op basis van hoe het wordt gebruikt. "Hond" en "kat" liggen daarin dichter bij elkaar dan "hond" en "hypotheek". Zo "begrijpt" het model dat begrippen verwant zijn — niet omdat het dat is verteld, maar omdat ze in vergelijkbare contexten voorkomen.
Vraag 7 / 10
Wat is het verschil tussen pretraining en de instructie-afstemming (zoals RLHF) die van GPT een ChatGPT maakt?
Na pretraining heeft een model enorme taalvaardigheid maar geen "instelling" om behulpzaam te zijn. RLHF (Reinforcement Learning from Human Feedback) traint het model vervolgens om antwoorden te geven die mensen als goed en veilig beoordelen — een soort fijnafstemming van karakter bovenop de taalvaardigheid.
Vraag 8 / 10
Waarom kan dezelfde prompt bij een taalmodel soms tot verschillende antwoorden leiden?
Een taalmodel kiest niet altijd het meest waarschijnlijke token — er zit bewust variatie in (geregeld via de "temperatuur"). Dat maakt antwoorden gevarieerder en creatiever, maar ook minder voorspelbaar. Op temperatuur 0 is het model deterministisch; hoger geeft meer verrassing.
Vraag 9 / 10
Een AI-model traint op tekst van het internet en leert daarin taal- en denkpatronen. Waarom is dat een bron van bias (vertekening)?
Bias in AI komt niet uit het niets: het model leert wat in de data zit. Als bepaalde groepen over- of ondervertegenwoordigd zijn, of als teksten systemtische vooroordelen bevatten, neemt het model die over. Meer data lost dit niet automatisch op — het vergroot soms het probleem.
Vraag 10 / 10
Welk type taak is principieel buiten het bereik van een huidig taalmodel, ongeacht hoe groot het is?
Een taalmodel heeft een kennisgrens op zijn trainingsdatum. Wat daarna is gebeurd, staat niet in zijn gewichten — het kan er niet over redeneren zonder externe informatie (zoals zoektools of RAG). Dit is geen bug maar een fundamentele eigenschap van hoe het model is gebouwd.

0 van 10 beantwoord

Wil je je resultaat en een gratis leespad in je mail? Eén mail af en toe met een nieuwe uitleg — geen spam, uitschrijven kan altijd.